Gedichten lezen en schrijven met kinderen

Schuilhut
Trek me over je heen
en ik zal je verwarmen.
Trek maar bij me in
bij mij kan je schuilen
en uithuilen terwijl niemand het ziet.
Aan mij veeg je je tranen af
en alles buiten sluit ik uit.
Maar laat me niet in kreukels op de vloer
dat is niet eerlijk, dat heb ik niet verdiend.
Ik ben tenslotte je dekbed.
1
Vertel dat u een raadselgedicht gaat voorlezen. Het heet Schuilhut, gaat dus over een schuilhut, maar eigenlijk is het onderwerp van het gedicht iets anders. Maar wat? Lees de kinderen het gedicht voor, maar stop bij het laatste woord: Ik ben tenslotte je…
2
Vraag de kinderen wat het laatste woord van het gedicht zou kunnen zijn. Bespreek hun antwoorden: waarom denk je dat? Kom niet meteen met het goede antwoord. Lees tot slot het gedicht in zijn geheel nog eens. Een ‘ik’, een dekbed spreekt zich uit. Welke dekbed-regels vinden de kinderen het mooist. Ga samen op zoek waar het gedicht rijmt, waar klinkers terugkomen.
3
Vraag de kinderen om een lijst te maken van minstens tien dingen op hun slaapkamer. Grote en kleine dingen, van knuffel tot plafond. Vraag ze ook woorden op te schrijven waarvan ze denken dat niemand die heeft.
4
De kinderen kiezen één woord uit hun rijtje en verzamelen daar woorden bij. Stel daarvoor in een rustig tempo de volgende vragen.
- Hoe ziet jouw voorwerp eruit? Kleur, vorm, materiaal enzovoort.
- Wat voor geluid maakt jouw voorwerp, of hoe kan het klinken?
- Hoe ruikt jouw voorwerp, hoe voelt het aan?
- Wat kan je voorwerp, wat kan het niet en zou het misschien wel willen?
- Wat heeft je voorwerp meegemaakt?
- Waar denkt je voorwerp vaak aan?
- Waarover droomt het? Wat is een grote wens?
- Waar is je voorwerp bang voor?
5
Vraag de kinderen om met hulp van hun verzamelde woorden een raadselgedicht te schrijven over hun voorwerp. In het gedicht is het voorwerp aan het woord, het is een ‘ik’, net zoals het dekbed in het gedicht van Karel Eykman. Wat het voorwerp is, wordt niet verklapt. De kinderen proberen, net als Karel Eykman, hier en daar verstopt te rijmen, ze laten klinkers terugkomen. Ze houden de regels kort en maken hier en daar ruimte voor een witregel.
6
De raadselgedichten worden voorgelezen en besproken. De kinderen maken van hun gedicht een poster en bedenken iemand aan wie ze die kunnen geven.
Voor mijn vader die nog steeds een klusje moet doen
Ik hang hier maar
ik doe het niet
ik ben al tijden stuk
Ik hang zo hoog
niemand komt bij me
behalve dan wat vliegen
en een spin
Mijn leven heeft geen zin
want ik ben dood en donker
Jaloers ben ik op het bedlampje
dat kan zo lekker schijnen
Ach was er maar
iemand die een nieuwe lamp
in me wilde draaien
Jasmine, groep 7