Gedichten lezen en schrijven met kinderen

Ozo heppie
Ik voel me ozo heppie,
zo heppie deze dag
en als je vraagt: wat heppie
als ik eens vragen mag,
dan zeg ik: hoe wat heppie,
wat heppik aan die vraag,
heppie nooit dat heppieje
dat ik hep vandaag?
1
Lees het gedichtje van Joke van Leeuwen voor. Vraag welk kind het ook wil voorlezen. Er is een liedje met deze tekst. Kennen de kinderen dat? Praat met elkaar over het woord heppie. Wat is dat? Wanneer voel je je heppie?
2
Verzamel samen op het bord andere woorden voor heppie: gelukkig, vrolijk, enzovoort. Verzamel woorden voor het omgekeerde van heppi: verdrietig, droevig, rot, enzovoort. Verzamel ook andere woorden die aangeven hoe je je kunt voelen: van boos tot stil, van driftig tot landerig.
3
De kinderen kiezen een gevoelswoord van het bord en schrijven dat op een kladblaadje. Ze bedenken minstens vijf zelfstandige naamwoorden die beginnen met de beginletter van hun gevoelswoord. (In sommige groepen is het goed om dat eerst gezamenlijk te doen. Sommige kinderen weten wat een zelfstandig naamwoord is, voor anderen moet het uitgelegd worden: een woord waar je een voor kunt zetten.) Het is leuk als er bij het rijtje zelfstandige naamwoorden ook een dier zit.
Vrolijk: vogel, vaas, vriendje, vink, voet, enzovoort.
4
Op een soortgelijke manier schrijven de kinderen bij hun beginletter een paar bijvoeglijk naamwoorden en werkwoorden.
Vrolijk: vies, vurig, vlammend, enzovoort.
Vrolijk: vinden, vergeten, verliezen, varen, enzovoort.
In de bovenbouw kunnen de kinderen ook op zoek gaan naar woorden in het woordenboek.
5
Vraag de kinderen om een regel op te schrijven die net als in het gedicht van Joke van Leeuwen begint met Ik voel me … en waar ze hun gevoelswoord op laten volgen. Doe zelf als ondersteuning en inspiratie op het bord mee met een beginletter die niemand heeft. Bijvoorbeeld:
Ik voel me zenuwachtig
6
In regel 2 schrijven de kinderen
zo … als een …
Ze herhalen hun gevoelswoord en vullen een zelfstandig naamwoord in van hun lijstje. Bijvoorbeeld:
zo zenuwachtig als een zeeslak
7
In regel 3 herhalen ze hun zelfstandig naamwoord en zetten er een bijvoeglijk naamwoord voor:
zo zenuwachtig als een zoute zeeslak
8
Regel 4 is een korte regel die begint met die of dat en waarin nog een ander woord zit dat met dezelfde klank begint:
die moet afzwemmen in de zoute zee
9
Regel 5 wordt ingevuld naar eigen keuze. Graag met een woord dat begint met dezelfde klank.
in de zoute zuidzee
10
Als slot worden regel 1 en 2 herhaald als regel 6 en 7.
Ik voel me zenuwachtig
zo zenuwachtig als een zeeslak
Zo ontstaat er een gedichtje dat rond komt, zichzelf in de staart bijt, met regels die zich herhalen en met klanken die terugkomen. Een gedichtje dat klinkt als een muziekje.
Ik voel me zo verlegen
zo verlegen als een vis
een vis met vier verlegen vinnen
die met zijn vier vinnen viool moet spelen
op een visviool
ik voel me zo verlegen
zo verlegen als een vis
Jenny, groep 5
Ik voel me gezellig
zo gezellig als een grapje
een geinig grapje van hahaha
een geinig grapje van hihihi
zo hahahagezellig
als een hihihigrapje
zo gezellig voel ik me
Jeffrey, groep 5
Op de opdrachten per regel kan natuurlijk gevarieerd worden. Sommige kinderen vinden het heerlijk om precies te weten wat ze moeten doen; anderen bedenken liever zelf wat en gaan hun eigen gang.