Gedichten lezen en schrijven met kinderen

Welterusten
ik slaap één hoog
neem de trap
of bij erg moe de lift
doe de maan aan
poets de sterren op
stuur de wolken naar morgen
ik lig op mijn rug
heb vandaag weer tijd afgelegd
bedank wakker voor deze dag
de slaap heeft mijn sleutel
laat zichzelf binnen
doet alsof hij thuis is
zal pas aan het schemerlicht
een lift vragen
1
Lees samen het gedicht en vraag de kinderen het mooiste stukje op te schrijven. Bespreek een paar mooie stukjes die de kinderen hebben gekozen. Vraag wat ze erbij denken of zien.
2
Voer een gesprek over slapen gaan. Vragen die aan bod kunnen komen: Hoeveel treden moet jij op (gerekend vanaf de straat) om in bed te komen? In wat houding lig je in je bed, val je in slaap? Vertellen en voordoen! Wordt je ’s ochtends in dezelfde houding wakker? Val je makkelijk in slaap? Hoe gebeurt dat precies?
3
De kinderen kiezen iemand die ze lief vinden en schrijven daar woorden bij op.
Lieve woorden die die iemand altijd zegt. Bijvoorbeeld: schatje.
Mooie woorden die bij die iemand horen. Bijvoorbeeld: fiat.
Andere speciale woorden die bij die persoon horen. Bijvoorbeeld: vertellen.
4
De kinderen gebruiken hun lieve, mooie, speciale woorden om een slaaplied te schrijven. Hier en daar mag het rijmen, maar niet in elke regel. De titel is Slaaplied voor… De kinderen kiezen, als ze dat makkelijk vinden, één van de regels van de dichter Ruud Osborne als beginregel. Ze houd hun liedje kort. Als ze klaar zijn, controleren ze of hun gedicht klinkt als een liedje. Zit er muziek in? Kan het nog mooier, beter, muzikaler? Soms klinkt het heel goed om een (stukje van) een regel te herhalen.
Slaapliedje voor opa Bert
Doe de maan aan en ga slapen schatje
doe je ogen dicht en ga rijden schatje
in je fiat in je fiatje
Vertel de sterren hoe hard je slaapt
vertel de maan hoe hard je gaat
Alexander, groep 6