Zon
ik kom niet op
ik herinner mij
Onder mij ademt een stad van water
rechtgetrokken lijnen
bruggen die hun schaduw oefenen
geluid stijgt langs ijzer en draad:
een spoor dat zichzelf herhaalt
fietsers die dansen
zonder elkaar te kennen
ik raak het scherm van een telefoon
in handen die de weg zoeken
koffiedamp en dauw
de dauw op een bel
die nog niet geklonken heeft
alsof het nooit donker is geweest
de ochtend houdt zich stil
kou bewaard wat weg moet spreken
ik moet door
ik laat toe
dat de ochtend mij gebruikt om zich te laten horen
alsof het nooit donker is geworden
Tweede prijs
Fons Vitae Lyceum