Doolhof
Elke druppel die van de dakpan valt, doet me denken
Aan iedere seconde die ik verlies
Ik vrees voor wanneer de klok niet meer tikt en
Ik niet op de goede weg beland
Soms voel ik me meegesleept in een donker doolhof
In een labyrint waarbij de rode draad er niet meer is.
Meegesleept naar een plek, een plek waar
Massa’s vol mensen je bekijken met roodgloeiende ogen
Ogen die een oordeel geven over alles wat je doet
Maar soms fluistert ze in mijn oor, en zegt ze dat
Ik me geen zorgen hoef te maken.
Want als ik goed door de donkere gangen kijk,
Zie ik een vangnet en een stoel.
Eentje om op te staan, boven de hoge muren en
De ander voor wanneer ik mijn balans verlies.
Dan realiseer ik me dat de hoge muren helemaal niet zo hoog zijn,
Dat ik de rode draad ben
En dat de druppels van de dakpannen helemaal geen herinneringen zijn,
Maar de rust die ik verdien.