Zon

ik kom niet op

ik herinner mij

Onder mij ademt een stad van water

rechtgetrokken lijnen

bruggen die hun schaduw oefenen

geluid stijgt langs ijzer en draad:

een spoor dat zichzelf herhaalt

fietsers die dansen

zonder elkaar te kennen

ik raak het scherm van een telefoon

in handen die de weg zoeken

koffiedamp en dauw

de dauw op een bel

die nog niet geklonken heeft

alsof het nooit donker is geweest

de ochtend houdt zich stil

kou bewaard wat weg moet spreken

ik moet door

ik laat toe

dat de ochtend mij gebruikt om zich te laten horen

alsof het nooit donker is geworden

Tom
Tweede prijs
Fons Vitae Lyceum