Eenzaamheid
Eenzaamheid waarmee je slaapt
koude grip, strak als een riem
om mijn buik
kille koelte, fluistert in mijn oren
koud zweet, klop klop hart
speeksel spat
wordt hagel in mijn oren
gedachten bevriezen, glazige ogen
Eenzaamheid waar je mee slaapt
als een deken vol zorgen
kriebelig, met pluisjes en zand
koortsachtig warm
kippenvel als vissenschubben
vis met scepsis
zo stekelig als een kegelvrucht
droomwater waarin ik verdrink
inktzwart, felblauw, loeirood
ik druk me tegen de warme borstkas
de borstkas van eenzaamheid
mijn deken, mijn grot
sterren verlichten het plafond, eindeloos
ik word opengekrabd, zonsopgang
als een opwellend korstje op mijn lip
mijn mond blijft dicht
ik slik de zon met moeite in
dan valt de nacht, als een koninklijk blauw
weer terug naar eenzaamheid, waar je mee slaapt