Het Vrije Woord

Maak een tekening / schets van twee mensen die niet vrij zijn.
Waar zijn ze en waarom zijn ze niet vrij?
Hoe zien ze eruit? Wat zijn hun wensen? Hoe komt het dat ze niet vrij zijn?
Is het ochtend, middag of avond? Hoe ziet hun omgeving eruit?
Een van hen houdt een monoloog waarin hij of zij beschrijft wat er aan de hand is.
De monoloog is indirect maar de goede verstaander begrijpt wat ermee bedoeld wordt.
Droogte, dor gras, gebeente van dode dieren
De zon brandt op mijn huid, mijn waterzak is leeg
Mijn voeten op de harde droge aarde
De weg is nog lang
Bomen vol sappige mango’s, geur van koffiebonen en vanille
Brood gesopt in pittige saus
Bloed aan mijn polsen
Duiken in de rivier, tot mijn middel in de modder
De zeef in mijn handen
Droogte, dor gras, gebeente van dode dieren