Hedendaagse dichters

*= gedicht zonder titel
Vrede is eten met muziek
Vredig eten is goed eten
Want lekker eten doet men alleen in rust en vrede
Voor een goede spijsvertering is het een vereiste
Dat men elk hapje minstens vijftienmaal kauwt
Daarom eet men met muziek ook beter
Want onder vrolijke tonen bewegen de kaken vanzelf
Harmonieus en met de kaken ook de slokdarm
En later zelfs de overige dertig meter
Lange darmen in de buik
Vrede is goed eten met goede muziek
Met marsmuziek kan men beter lopen dan eten
Als men dan ook maar vredig loopt
En niet meemarcheert met een troep soldaten
Tegen andere soldaten
Dan is marsmuziek net zo bedorven
Als besmet voedsel
Maar bij dansmuziek is het zeker goed eten
Want dansen is geen vechten
Wie danst houdt rekening met andere dansers
Zoals men onder het eten niet alle
Lekkere hapjes alleen verorbert maar die deelt
Met de overigen de disgenoten
LUCEBERT
LIEFDESGEDICHT
Jij hebt de dingen niet nodig
om te kunnen zien.
De dingen hebben jou nodig
om gezien te kunnen worden
K. SCHIPPERS
MELOPEE
Onder de maan schuift de lange rivier
Over de lange rivier schuift moede de maan
Onder de maan op de lange rivier schuift de kano naar zee
Langs het hoogriet
langs de laagwei
schuift de kano naar zee
schuift met de schuivende maan de kano naar zee
Zo zijn ze gezellen naar zee de kano de maan en de man
Waarom schuiven de maan en de man getweeën gedwee naar de zee
PAUL VAN OSTAYEN
*
Verdwijn op een dag, bijvoorbeeld vandaag
Verdwijn als een fiets om de hoek
Verdwijn als een trein aan de horizon
Verdwijn als een vliegtuig in de lucht
Wordt minder dan een punt
Zie hoe eenvoudig
JOS VAN HEST
DE WARE
Hoe kan het dat de ware nooit ver weg is?
Is dat toeval of zijn er zoveel liefdes als er plaats is
om je heen? Ik ben nergens, of onderweg. Alleen.
Als liefde enig is, kan er ook maar één ware zijn.
Die is niet hier. Dus ik moet reizen en zoeken,
al is die ene ook op zoek naar mij. Misschien
kan ik beter blijven om elkaar niet mis te lopen.
Vind mij. Ik roep het: ik ben hier!
TED VAN LIESHOUT
DRAAK
Er vliegt een draak langs het raam
altijd als ik kwaad of bedroefd lig te huilen
op mijn bed. Vlammen slaan uit zijn
verschrikkelijke muil vol zwarte tanden,
er komt een rook achter hem aan
en ik doe het raam open.
O Draak zeg ik kom bij mij er is geen gevaar.
Hij komt mijn kamer ingekropen met zijn
vreselijke klauwen ieder zo groot als een hand
en wij omhelzen elkaar en dansen de dans
die Draken dansen in tijden van oorlog en hij
schiet er vandoor, een brand in de nacht en ik kijk
hem na, misschien dat ik weer naar beneden ga.
EVA GERLACH
PARADISE REGAINED
De zon en de zee springen bliksemend open:
waaiers van vuur en zij;
langs blauwe bergen van den morgen
scheert de wind als een antilope
voorbij.
zwervende tussen fonteinen van licht
en langs de stralende pleinen van ’t water,
voer ik een blonde vrouw aan mijn zij,
die zorgeloos zingt langs het eeuwige water
een held’re verruk’lijk-meeslepende wijs:
‘het schip van den wind ligt gereed voor de reis
de zon en de maan zijn sneeuwwitte rozen,
de morgen en de nacht twee blauwe matrozen –
wij gaan terug naar ’t Paradijs’.
H.MARSMAN
*
Geef me je hand
laat me kijken naar de beweging van je lippen
als ik nog dichter bij je kom
je geur en warmte proef
als ik je zoen
gemis dat ik je niet kan zien
ik denk veel aan je als ik in je armen lig
stel ik me voor dat ik ons zie
en gloei nog meer
DICK HELLENIUS
*
Als ik niet bang was
zou ik het durven
Als ik het zou durven
zou ik slagen
Als ik zou slagen
zou ik het kunnen
Als ik het zou kunnen
zou ik het willen
Als ik het zou willen
zou ik het kunnen
Als ik het zou kunnen
zou ik slagen
Als ik zou slagen
zou ik het durven
Als ik het zou durven
dan was ik niet bang
MARC INSINGEL
*
Weet je wat zo lekker is
zo lekker is, zo lekker is?
Dat is wanneer gebakken vis
gebakken is, gebakken is,
goed bruin aan beide zijden
door Bretonse keukenmeiden.
PAUL BIEGEL
De jonge wolf
Kom, laat mij los, laat mij maar lopen,
ik vind de weg wel door het bos.
Mijn hart is sterk, mijn oog is open.
Kom, laat mij lopen, laat mij los.
Vrees je dat ik de weg niet vind,
mijn vrijheid al te duur zal kopen?
Jij vader was ook eenmaal kind,
en toch ben jij ook weggelopen.
Kom, laat mij lopen, laat mij los.
JAN VAN NIJLEN
De laatste dag met mijn broertje
Aan de randjes ging hij langzaam dood.
Ik zag het door de lakens heen en wilde vragen
of hij pijn had, maar ik durfde niet.
Wat moest ik doen? Een leuk verhaal vertellen
om hem op te beuren en zo verklappen
wat hij had gemist? Hem troosten met het wereldleed?
Ik streelde zijn wang en zweeg en wij keken
een beetje langs elkaar heen, bang
voor onze ogen die we niet begrijpen wilden.
Hij kreeg haartjes op zijn kin. Zonder na te denken
liet ik ze hem in de spiegel zien.
Hij zocht zichzelf. Ik beefde haast van spijt.
Hij wilde geen bezoek meer. Wij waren gekwetst.
Hij hield alvast wat minder maar van ons.
Dan viel het afscheid niet zo zwaar. Dat weet ik nu.
De baard kwam niet meer af. Ik herken zijn stem nog
soms, als ik lach. Dan luister ik geschrokken,
maar alleen in de stilte is er iets voorgoed voorbij.
TED VAN LIESHOUT
*
Mijn moeder is mijn naam vergeten
mijn kind weet nog niet hoe ik heet
Hoe moet ik mij geborgen weten?
Noem mij, bevestig mijn bestaan,
laat mijn naam zijn als een keten.
Noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam.
Voor wie ik liefheb, wil ik heten
NEELTJE MARIA MIN
MACHINE
Machine
machine zeg je
je zegt dat ik
machine heet
hete machine
maar wat weet jij
van draaien
maaiende bladen
zingende zagen
wielen schoepen raderen
ratelen razen
schrale gaten slijten
in mijn condenseringsvat
want ik weet
dat je het meent
en ik weet dat je het neemt
van mijn paardenkracht
van mijn paardenkracht
TJITSE HOFMAN
Ik heb je liever
Ik heb je liever dan brood,
al zegt men ook dat het niet kan
en al kan het ook niet.
Ik heb je liever dan vrolijkheid of regen,
liever dan de stilte van drie uur
in de rustig in- en uitademende nacht.
De meeuwen scheren overdag met hun vleugels
langs de blonde warme lucht.
De wilde bloemen staan te lachen
in het warme bad van de zon.
De zon danst zijn toch maar kleine rol
met zoveel overgave dat het heel
stil wordt, hier, in dit deel van het heelal.
Ik heb je liever dan brood,
al zegt men ook dat het niet kan
en al kan het ook niet.
Liever dan vrolijkheid of regen,
liever nog dan ik heb je lief.
HANS ANDREUS
*
O, als ik dood zal, dood zal zijn
kom dan en fluister, fluister iets liefs.
mijn bleke ogen zal ik opslaan
en ik zal niet verwonderd zijn.
En ik zal niet verwonderd zijn;
in deze liefde zal de dood
alleen een slapen, slapen gerust
een wachten op u, een wachten zijn.
J.H. LEOPOLD
Verre wieg
In de Waarheid Willen Weten
ben ik Wereldkampioen.
In Hardstikke Hard Hopen
de Olympische.
Seoul, Korea, ‘84
Daar en toen ben ik geboren.
Maar ik groeide hier en nu.
Het gaat me goed,
maar ik heb een lijstje vragen
dat ik altijd lezen moet.
Wie zijn mijn echte ouders?
Wat was het eerste dat ik zag?
Heb ik nog broers en zusjes?
Kan ik erheen?
En of dat mag?
Maar mijn spaarpot is te leeg
om er wensen mee te vangen...
Misschien dat iemand biedt
voor mijn Medailles
voor Verlangen?
EDWARD VAN DE VENDEL
DE MUS
Tjielp tjielp – tjielp tjielp tjielp
tjielp tjielp tjielp – tjielp tjielp
tjielp tjielp tjielp – tjielp tjielp
tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp
tjielp tjielp tjielp
Tjielp
etc
JAN HANLO
Hij is de man die lopen moet
hij is de man
die lopen moet
die lopen lopen
lopen moet
zo vol van begeerte
en roodverslaving
zo blind voor
hoe het er met hem
voor staat
dat hij lopen moet
lopen tot hij
doorzichtig wordt
en dun als lucht
zijn verlangen
opgelost ziet
door het park
bij de zandbak langs
door de zandbak
het klimrek in
waar hij droomt
van woestijn
tonghagedissen
en stuifzand
zo dun als hij
worden wil
de man
die lopen moet
die lopen lopen
lopen moet
met zijn droom
waar geen hek
omheen past
TSEAD BRUINJA
Voor Ari
Lieve Ari
Wees niet bang
De wereld is rond
en dat istie al lang
De mensen zijn goed
De mensen zijn slecht
Maar ze gaan allen
dezelfde weg
Hoe langer je leeft
hoe korter het duurt
Je komt uit het water
en gaat door het vuur
Daarom lieve Ari
Wees niet bang
De wereld draait rond
en dat doettie nog lang
JULES DEELDER
Schriftuur
Al maanden staat het huis verlaten
haastig onttakeld en verdaan.
De ijsbloemen staan op het raam.
In scherpgenerfde varenbladen
schittert, onuitgewist, uw naam.
IDA GERHARDT
*
Ik
wil alleen
maar weten
wie
ik ben
Een
andere reden
om te schrijven
heb
ik niet.
Maar
wie ik ben
gaat niemand
wat aan.
JAN ARENDS
Siberië
Geef me je jas
van bont van teddyberen.
Leg je arm om me heen
en al je winterkleren.
Zoen me
tot ik warm word.
Zoen me
tot ik spin.
Trek je eigen huid dan uit,
stop mij eronder in.
Sus me met je hartslag:
wij ons wij ons wij ons.
Maak van dit veel te grote bed
een heel klein fort van dons.
BART MOEYAERT
ONDER DE BOMEN
Vrienden zijn het, bomen
die gesprekken met je voeren
je gedachten laten gaan
als hun bladeren
het licht laten schommelen
Het zijn je vrienden, bomen
Hun schaduw leggen ze
als een arm om je heen
als je alleen wilt zijn
en niet alleen wilt zijn.
FETZE PIJLMAN
*
Ga nu maar liggen liefste in de tuin
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand om te blijven
RUTGER KOPLAND
*
Ik hakte haar hoofd af,
eindelijk,
want wij waren te lang verloofd.
Ik zette het op een plank,
tijdelijk.
Maar dat hoofd houdt niet op met lachen
daar bij het raam.
Het is niet onaangenaam.
Het vult mijn dagen,
‘Stank voor dank’,
daar heb ik altijd in geloofd.
HUGO CLAUS
De Deur (fragment)
kijk,
ik weet het niet
ik was nog nooit dood
maar als je nou dood bent
wat zie je dan
wat zie jij nu wat ik niet zie
want als de ogen zich sluiten
en het zicht naar binnen keert
waar ben ik dan
en jij?
en wij?
..........
ik denk
als het regent
laat ze niet nat worden
en als het stormt
vat ze geen kou
en ik denk ook
dat dat denken
niet helpt
want je wordt nooit meer
nat noch vat je kou
want het regent
noch waait ooit
meer voor jou
BERT SCHIERBEEK
Klein Hooglied
Wie had dat nou gedacht
dat het mij zou overkomen?
Had jij van mij verwacht
dat ik vanzelf zo zacht
bij jou terecht ben gekomen?
Wie had dat ooit gedacht.
Is dat nou iets voor mij?
Ik ben opeens veranderd
zo duizelig en blij
met iemand zoals jij
met jou en niemand anders.
Is dat nou iets voor mij?
Je merkt het aan elkaar
maar durft het niet te hopen.
Ik voelde me al zo raar
toen jij naast mij kwam lopen.
Je merkt het aan elkaar.
Zo kende ik mij nog niet
ik ging mezelf herkennen.
Zo mooi als jij me ziet
toen ik me zoenen liet
dat is wel even wennen.
Zo kende ik mij nog niet.
Jij naast me in het gras
ik leunend in je armen
zoals dat ’s middags was
je gelooft het later pas
Jij was zo hartverwarmend
jij naast me in het gras.
Je merkt het aan elkaar
maar durft het niette hopen.
Ik voelde me al zo raar
toen jij naast mij kwam lopen.
Je merkt het aan elkaar.
KAREL EYKMAN